Bron:FD

Door:Maarten van Dun

Geen ander westers land is economisch zo verweven met China als Australië. Nu Nederland zich beraadt op zijn houding ten opzichte van de grootmacht rijst de vraag: wat kan Nederland leren van Australië?

Op het beroemde strand Bondi Beach in Sydney is het een bekend fenomeen. Touringcars doemen op bovenop de heuvel, parkeren bij het strand en openen de deuren. Dan spoeden tientallen Chinese toeristen zich in groepjes naar de zee. Volledig gekleed staan ze in het zand, terwijl in korte tijd foto’s worden geschoten. Binnen enkele minuten verdwijnt de groep weer in de bus, naar de volgende attractie.

Vorig jaar kwamen er 1,3 miljoen Chinese toeristen naar Australië, meer dan uit enig ander land ter wereld. Ze spendeerden samen ruim 11 miljard Australische dollar (€ 6.8 mrd). Ter vergelijking: Nederland ontvangt jaarlijks ruim 300.000 Chinese reizigers.

Handel of mensenrechten

In Nederland buigen beleidsmakers zich over een nieuwe omgang met China, nu de stofwolken optrekken na de technologiediefstal bij ASML, waarbij betrokkenheid van de Chinese overheid niet is uitgesloten. Het kabinet kwam met een nieuwe China-strategie, die vooral inzet op Europese eensgezindheid. De cruciale vraag is hoe Nederland economisch kan profiteren van de Chinese markt, zonder geweld te doen aan waarden als democratie, mensenrechten en eerlijke handel.

Dat dilemma kent Australië al decennialang. Meer dan welk ander westers land heeft Australië baat bij een goede handelsrelatie met China, ondanks ideologische verschillen. Eenvoudig is dat niet. ‘Demoniseer de Chinezen niet. Beschouw China nooit op voorhand als een land waarmee niet is samen te werken. Dat is om principiële redenen een slecht idee, maar belangrijker, in de praktijk is het zelfs zeer gevaarlijk’, zegt Peter Drysdale.

Hij geldt als de intellectuele architect van de Asia-Pacific Economic Cooperation (Apec), het economische samenwerkingsverband van landen aan de Stille Oceaan. Hij leidt het East Asian Bureau of Economic Research en is een autoriteit op het gebied van de Chinese economie. ‘Zoek naar gemeenschappelijke belangen’, adviseert hij. 

Australische grondstoffen

De Australische Drysdale weet wat de waarde is van een goede relatie met Peking: de ongeveer 25 miljoen Australiërs danken hun grote welvaart vooral aan de export naar China, die jaarlijks 120 miljard Australische dollar (€ 75 mrd) bedraagt, meer dan Australië uitvoert naar Japan, Zuid-Korea, India en de Verenigde Staten bij elkaar. De wederzijdse handel met China groeide vorig jaar met 17,5%.

Door de Chinese bouwdrift explodeerde de vraag naar Australische grondstoffen: bijna 60% van het ijzererts en steenkool dat China importeert komt uit Australië. Met de opkomst van de Chinese middenklasse zien Australische ondernemers kansen. De export van Australische wijn, wol, zuivel en diensten breekt record na record.

Chinese brutaliteit

Toch zit de economische afhankelijkheid van China de Australiërs niet lekker. Niet alleen is de economie kwetsbaar door de asymmetrische handelsverhouding, ook ziet Canberra zich meer en meer geconfronteerd met het gedrag van een grootmacht. De Chinezen streven naar invloed in de Stille Oceaan en daar kan Australië weinig tegen doen. De hand van Peking reikt zelfs tot ín Australië, waar kritische leden van de Chinese diaspora te maken krijgen met intimidatie. De Chinese brutaliteit baart de Australiërs zorgen, zeker nu de voorheen onvoorwaardelijke Amerikaanse steun onder president Donald Trump niet langer is gegarandeerd.

Niettemin deinsde de liberale regering in Australië er eerder niet voor terug grenzen aan te geven. Australië deed vorig jaar als eerste Huawei in de ban (zie kader). Ook voerde het in 2018 wetten in om buitenlandse inmenging in de politiek te voorkomen, nadat een politicus jarenlang donaties had geaccepteerd van omstreden Chinese zakenlieden.

Liever geen openbare kritiek

Voor die harde opstelling betaalde Australië de prijs: in 2018 daalden de Chinese investeringen in Australië met een derde tot 8 miljard dollar. Australië maakte volgens deskundigen de cruciale fout de onvrede luidkeels te verkondigen. ‘China is er niet op gesteld in het openbaar kritiek te krijgen’, zegt Nick Bisley, hoogleraar internationale betrekkingen aan de Australische La Trobe University. ‘Tot een paar jaar geleden bedreef Australië stille diplomatie, waarbij economie en politiek waren gescheiden. Terwijl de handel floreerde kon Australië China in privé aanspreken op lastige punten.’

‘Dat veranderde toen politieke leiders in het openbaar harde woorden spraken over gevoelige zaken als democratie, inmenging in de Australische politiek en de ban van Huawei. De Australische boosheid was te begrijpen, maar het waren holle woorden. Als reactie drukte China op wat economische knoppen, waardoor bijvoorbeeld Australische schepen niet door de douane kwamen. Australië had er geen antwoord op, want wij zijn voor China veel minder belangrijk dan andersom. Met je bankier is het nu eenmaal lastig onderhandelen.’ 

Hand in eigen boezem

Zelfevaluatie is noodzakelijk, voordat de boosheid zich op Peking richt, adviseert Apec-voorman Peter Drysdale. ‘Het begint met de hand in eigen boezem te steken’, zegt hij. ‘Elk land moet zorgen dat het zijn belangrijkste bezittingen, zoals intellectueel eigendom, beschermt met sterke wetten en effectief bestuur. Wat dat betreft kan men leren van de Chinezen.’

De jonge China-expert Dirk van der Kley, beleidsdirecteur bij de Australische denktank China Matters, voegt daar aan toe: ‘Universiteiten en bedrijven die samenwerken met China zijn te naïef. Zij moeten meer due diligence (boekenonderzoek, red.) uitvoeren, hoe moeilijk dat ook is.’

Dat Nederland met de China-strategie inzet op samenwerking en Europese eensgezindheid is volgens de deskundigen belangrijk, maar niet bepaald een wondermiddel. Drysdale waarschuwt dat Nederland kan worden meegesleurd in de strijd tussen de Verenigde Staten en China. In Europa hebben landen boven niet altijd dezelfde belangen.

Internationale regels

Een oplossing ligt in samenwerking met Peking, denkt Drysdale. ‘Zoek naar gemeenschappelijke belangen. Zeker op het gebied van intellectueel eigendom hebben de Chinezen veel te verliezen. China heeft baat bij internationale regels die diefstal van technologie voorkomen.’

Samenwerken kan niet altijd, vindt op zijn beurt Dirk van der Kley. Soms zal een land zijn eigen koers moeten varen, ook als daar een prijs op staat, meent de China-specialist. ‘China zal regels graag handhaven zolang die hen beschermen, maar het is twijfelachtig of het hen zal weerhouden intellectueel eigendom te stelen.’

‘Een land zal zijn kernwaarden zelf moeten verdedigen en dan moet je bereid zijn de gevolgen te dragen, ook als je alleen staat. Het is doorgaans goed mogelijk een tijdje een moeizame politieke relatie met Peking te hebben, terwijl de handel in stand blijft. Dat is niet wenselijk, maar soms is het onvermijdelijk.’

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here