Bron:demorgen.be

Door:Jonathan Holslag(Opinie)

Met de Amerikaanse presidentsverkiezingen in zicht werkt Donald Trump zich uit de naad om zijn reputatie als grote onderhandelaar waar te maken. Alleen wil dat niet erg lukken. Terwijl Iran van zich afbijt en zelfs een dwergstaat als Noord-Korea zich niet uit het lood laat slaan, pareren landen als Japan en Zuid-Korea de Amerikaanse druk om hun samenwerking met Washington grondig te herzien.

Dan heeft Trump deze week toch één doorbraak kunnen forceren: een handelsakkoord met China sluiten (DM 15/1). Althans, zo lijkt het. In werkelijkheid maakt China weinig aanstalten om fundamentele toegiften te doen. Het handelsklimaat blijft turbulent en Europese bedrijven zetten zich het best schrap.

Voor zover de Amerikaanse schatkist de details van het akkoord bekend heeft gemaakt, is het belangrijkste nieuws dat China zich ertoe verbindt de invoer uit Amerika de komende twee jaar met 200 miljard dollar te vergroten. Dat is immens in vergelijking met de huidige invoer uit Amerika, die 180 miljard bedraagt.

Of China dat doel volledig zal bereiken, is twijfelachtig. Maar vanuit het perspectief van Peking maakt het akkoord het mogelijk te realiseren wat het zich in een nota van de Staatsraad uit 2018 al voornam te realiseren, namelijk de invoer van energie, landbouwproducten en toeristische diensten vergroten.

GEEN EINDE AAN TECHNOLOGIEOORLOG

China heeft de meeste van die zaken nodig en ziet het als een aanvaardbare wijze om bij handelspartners toegang te behouden voor de uitvoer van eigen industriële goederen. Importrestricties voor graan, waar veel Chinese boeren van afhangen, blijven ook behouden.

We zullen de Chinese invoer zien groeien, maar er zal vooral een verschuiving optreden van de invoer uit Europa en uit ontwikkelingslanden naar invoer uit de VS. De totale Chinese invoer van landbouwproducten, energie en toerisme bedroeg in 2018 ruim 860 miljard dollar. Er is dus ruimte om te schipperen. In ieder geval is dit slecht nieuws voor Europese boeren en voedingsproducenten.

Voorts belooft China in het akkoord dat het stopt met het ontfutselen van technologie van buitenlandse bedrijven. In dat domein kan Peking Washington paaien met nieuwe initiatieven om patenten te beschermen.

Maar dat maakt allerminst een einde aan de technologieoorlog. Het wordt moeilijk om toezicht te houden op China’s pogingen om technologische knowhow buit te maken. Wellicht zal China nog meer lonken naar Europese technologie: Europese bedrijven in de tang nemen, wetenschappers naar Europese labo’s sturen, en vasthouden aan industriële spionage. Veel Europese landen hebben toch niet de capaciteit om dat in de gaten te houden, laat staan druk op China te zetten.

MAKE IT IN CHINA

In een belangrijke recente nota van de NDRC, zeg maar het Chinese planbureau, legt onderzoeksmedewerker Sheng Chaoxun haarfijn uit hoe onafhankelijke innovatie het doel blijft: buitenlandse technologie gebruiken op de korte termijn, om zelf technologisch sterker te worden op de lange termijn.

Tijdens een conferentie over de Chinese maakindustrie stelde een van de sectorvertegenwoordigers: “We moeten ons zwaard tonen aan de rest van de wereld door eigen technologische standaarden af te dwingen.” Onafhankelijke industrie, was de leuze.

Kortom, het idee van ‘Make It in China 2025′ mag onder westerse druk formeel zijn opgeborgen, in realiteit blijft de ambitie springlevend. In een nieuwe nota over de baggerindustrie en de scheepsbouw maakt de sector zich sterk te zullen werken aan eigen doorbraken en de westerse concurrentie te ‘breken’.

Idem voor computerchips, een cluster waarin de overheid zich nog steeds voorneemt tientallen miljarden te investeren. Ook in de financiële sector is men niet van plan de westerse verzekeraars en banken veel ruimte te geven.

WASHINGTON ZWALPT

Het akkoord luidt dus geen betekenisvolle correctie van het Chinese beleid in. China blijft massaal geld in de industrie pompen, houdt vast aan zijn technologisch nationalisme, maar gunt Trump een cosmetisch akkoord, want de Amerikaanse tarieven doen wel degelijk pijn.

Amerika’s plannen blijven eveneens onduidelijk. Beleidsmakers van de harde lijn, zoals Peter Navarro en Robert Lighthizer, zijn allerminst tevreden.

Anderzijds heeft men ook ervaren dat de handelsoorlog consumenten en multinationals schade heeft berokkend. Washington zwalpt onvoorspelbaar tussen economische realpolitik en de kortetermijnbelangen. Het is ook afwachten hoe de fragiele Chinese economie evolueert, en na de presidentsverkiezingen kan er opnieuw veel gebeuren.

Europa weet intussen niet van welk hout pijlen te maken. Het akkoord is schadelijk voor Europese bedrijven. Hun exportkansen komen onder druk. De Europese Commissie herhaalt haar afkeer van protectionisme, maar pogingen om de Wereldhandelsorganisatie te redden en discussies over een slim, groener handelsbeleid hebben vooralsnog weinig concreets opgeleverd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here