Bron:Trouw

Door:Hermen Visser

China zoekt kennis en een andere aanpak voor het overbrengen van die kennis. Nederlandse hoogleraren zijn daarom geliefd bij de universiteiten en de liefde is wederzijds.

Het ging allemaal heel snel”, vertelt archeoloog Thijs van Kolfschoten over zijn aanstelling als gasthoogleraar aan de Shandong University. Hij ziet het werk in ­China als een welkome toegift op zijn carrière. Begin september 2018 ging hij met pensioen als hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Ruim een maand later begon hij in China. “Ik gaf daar in mei een lezing. Toen kwam de vraag: wil jij niet helpen bij ons onderzoek? Dat ik per 1 september met pensioen zou gaan was juist handig. In juni stuurde ik mijn cv op. Blijkbaar voldeed dat, want ik werd meteen aangenomen. Ik ondertekende een Chinees document. Toen iemand dat later voor me vertaalde, bleek dat ik voor drie jaar had getekend.”

Sindsdien is Van Kolfschoten zes keer in China geweest. Hij onderzoekt de duizenden botten die gevonden zijn op een ongeveer 100.000 jaar oude prehistorische slachtplaats nabij de stad Lingjing. In het afgelopen jaar heeft Van Kolfschoten de Chinese snelheid van beslissen leren waarderen. “Te ver doorgevoerde democratie werkt vertragend. In China denken ze veel meer in mogelijkheden. De hiërarchie is er heel sterk. Het is de decaan die beslist. Ik organiseer samen met mijn Chinese collega’s een internationaal congres. Tijdens een vergadering hadden we het over de toegangsprijs, en dat betaling ervan voor buitenlanders administratief lastig zou zijn. Ter plekke werd besloten dat het congres gratis werd.”

Minder soepel verliep het aanvankelijk voor Marja Elsinga, hoogleraar housing institutions and governance aan de TU Delft. “In 2013 ­nodigde de East China Normal University in Shanghai me uit om onderzoek en onderwijs te verzorgen. Daar gaf ik les aan alleen maar Chinezen. Het was een ware uitdaging om ­tegelijkertijd een taal- en cultuurkloof te overbruggen. Hun Engels maakte dit moeilijk en mijn Chinees was helemaal niet toereikend. Inmiddels geef ik één maand per jaar les aan de Tongji University in Shanghai. Daar komen studenten uit alle hoeken van de wereld en dat bevalt beter. Onderwijs geven is hier heel comfortabel. Veel gaat digitaal via WeChat. Ik heb een assistent die ervoor zorgt dat mijn PowerPoint het doet en dat de studenten alle onderwijsmaterialen krijgen. Dat bespaart me een hoop gedoe.”

Heel gretig

Ook Haico Ebbers doceert graag in China. Hij is hoogleraar internationale economie aan de Nyenrode Business Universiteit. Daarnaast is hij gasthoogleraar aan de Business School van Renmin University in Peking en de Sichuan University in Chengdu. Sinds 1991 komt hij zo’n drie keer per jaar in China voor colleges, onderzoek en bedrijfsbezoeken. “Het niveau van de studenten ligt aanvankelijk iets lager dan in Nederland, maar dat halen ze in”, zegt Ebbers. “Ze zijn heel gretig. Neem bijvoorbeeld een lezing die ik gaf in de kantlijn van de reguliere colleges. Na afloop was er ruimte voor drie vragen. Er stonden zestig studenten in de rij. Ze willen laten zien dat ze geïnteresseerd zijn.”

Het is geen geheim wat de Chinezen willen bereiken met het aantrekken van buitenlandse hoogleraren. “China wil niet langer het land van de goedkope productie zijn en moet een ­innovatieve en efficiënte economie worden,” vertelt Haico Ebbers. “In het laatste vijfjarenplan is innovatie het meest genoemde woord. Educatie en wetenschap zijn speerpunten.

Het binnenhalen van buitenlandse wetenschappers maakt daar onderdeel van uit.” ­Ebbers verwacht dat dit inkopen van kennis tijdelijk is. “In het bedrijfsleven zie je nu steeds meer Chinezen en minder expats. Dat zal ook zo gaan met de wetenschap. Ze kopen nu kennis in en daarna kunnen ze het zelf.”

Voor Van Kolfschoten zijn de bedoelingen die de Shandong University heeft met zijn aanstelling helder. “Ik ben aangetrokken om het archeologisch onderzoek in Shandong van de grond te krijgen”, zegt hij. “Daarnaast moet ik helpen bij het internationaal bekendmaken van de universiteit. Mijn reputatie en netwerk binnen en buiten China komen goed van pas. Ik ben hoofdredacteur van vakblad Quarter­nary International. Op de cover van elke ­uitgave staat bij mijn naam ook die van Shangdong University. Daar hechten ze veel waarde aan.”

Creatief en kritisch

Het binnenvliegen van buitenlandse hoogleraren gaat niet alleen om kennis en expertise, maar ook om de ontwikkeling van een breder palet van vaardigheden. “China wil dat studenten leren om meer creatief en kritisch te denken”, zegt Ebbers. “Dat vereist een ander type colleges dan ze gewend waren. Net als hier worden steeds meer vakken in het Engels gegeven.” Elsinga: “Ik heb expliciet de vraag gekregen om het op zijn Europees te doen. Ze willen de Europese aanpak binnenhalen. Ik laat studenten werken in groepen en presentaties geven. Dat zijn ze niet gewend. Vooral het presenteren vinden ze spannend. Ik geef ook les in onderzoeksmethodologie en laat zien hoe je een eigen vraag stelt in plaats van dat je die van de hoogleraar uitwerkt.”

Hoewel de Chinese overheid flink investeert in het aantrekken van buitenlandse ­wetenschappers, hoeven de hoogleraren het voor het salaris niet te doen. Van Kolfschoten: “Ik krijg niet flink betaald, maar mijn onkosten worden vergoed.” Het is vooral de wetenschappelijke interesse die de hoogleraren naar China trekt. Aanwezigheid in het land is voor een Chinadeskundige als Ebbers (hij is auteur van het lijvige werk ‘Unraveling Modern ­China’) noodzaak. En Elsinga is gefascineerd door de grootschalig geplande woningmarkt. Voor archeoloog Van Kolfschoten is China een uitverkoren plek. “China heeft veel archeologische sites waar nauwelijks iets aan gedaan wordt”, zegt hij “Ik kan er echt nieuwe dingen ontdekken. Daar gebeurt het.”

China heeft geen goede reputatie als het gaat om het vrije woord of mensenrechten. De drie hoogleraren merken daar weinig van in het land zelf. “Ik voel geen censuur of druk”, zegt Ebbers. “Misschien omdat economisch denken, internationale handel en international business slechts aanschurkt tegen gevoelige onderwerpen. Ik ben nog nooit teruggefloten. Je merkt wel dat Chinese collega’s soms veel woorden gebruiken om weinig te zeggen. Sommige onderwerpen gaan ze uit de weg en soms is er sprake van geforceerde nuanceringen.”

Diplomatieke beleefdheid 

Ook Elsinga voelt zich niet belemmerd. “Als je in China aan de slag gaat, denk je goed na over je rol”, zegt ze. “China is toch anders dan Nederland. Je bent op je hoede, net als in sommige andere landen. Maar mij wordt geen strobreed in de weg gelegd. Ik wil academische vrijheid en neem die ook.” Van Kolfschoten deelt die ervaring. “Ze laten mij mijn gang gaan. Dat heeft vermoedelijk ook met mijn status te maken.”

Wel is diplomatieke beleefdheid geboden. “Je houdt rekening met gevoeligheden”, zegt Ebbers. “Over de in onze ogen vreemde keuzes van de partij heb ik het niet. Chinezen hebben een heilig ontzag voor de partij. Die stelt de vijfjarenplannen op en daar is iedereen het mee eens. Wie kan het immers oneens zijn met doelstellingen als het verminderen van de inkomensongelijkheid of het reduceren van CO2-uitstoot. De overheid vertaalt die in concrete plannen. Hier worden implementatieproblemen zichtbaar en die kun je bekritiseren.”

Van Kolfschoten zoekt het gesprek over mensenrechten niet op. “De keren dat ik ­erover begon, zeiden ze dat we in Nederland niet de juiste informatie hebben”, zegt hij. “Dat het anders is dan wij in Nederland ­denken. Trouwens, dat is in Rusland, waar ik ook vaak ben geweest, net zo.”

De angst die velen in Nederland voelen voor de Chinese opmars, vinden de hoogleraren ­onterecht. Uit hun verhalen spreekt vooral ontzag voor de Chinese ambitie. “Ik deel de angst voor China niet”, zegt Thijs van ­Kolfschoten. “Ik vind het vooral interessant. Er zitten golven in de Chinese geschiedenis. Soms gaat het goed en soms minder. Nu zitten we weer in een golf. De Chinese expansie gaat gewoon ­gebeuren.” Ook Marja Elsinga is onder de ­indruk van de snelheid waarmee China zich ontwikkelt. “Ik vind de ambitie om te stijgen fascinerend”, zegt ze. “Alle Chinezen scharen zich achter één doel.” Econoom Ebbers deelt deze observatie. “Economische groei staat bij iedereen op het voorhoofd geschreven”, zegt hij.

Aanrader

De gevolgen van de rappe Chinese ontwikkeling merken de hoogleraren elke dag. “Het is bijzonder wat de Chinezen voor elkaar krijgen op het gebied van infrastructuur,” zegt Van Kolfschoten. “Ik reis er over grote afstanden met treinen die ruim boven de 300 kilometer per uur gaan. Ze rijden punctueel en met zeer grote regelmaat.” Elsinga: “Chinese steden groeien razendsnel. Voor je het weet is er weer een nieuwe metrolijn en zijn er weer 10.000 huizen gerealiseerd. Een stad als Shanghai leer je pas begrijpen als je er bent. Ik kan iedereen van harte aanraden er een keer naar toe te gaan.”

Risico’s van samenwerken met China: van censuur tot diefstal

De hoogleraren Heico Ebbers, Marja Elsinga en Thijs van Kolfschoten voelen zich niet belemmerd in hun academische werk in China. Tegelijk geven ze aan op de hoogte te zijn van de risico’s die samenwerking met China met zich meebrengt. “De meeste wetenschappers weten wat er speelt”, zegt Ingrid d’ Hooghe van het LeidenAsiaCentre. Voor haar onderzoek sprak ze veel hoogleraren die in China werken. “Ze hebben hun eigen redenen om het toch te doen. Voor de een is het een kans om bij een topuniversiteit te werken en ambitieus ­onderzoek te doen, voor de ander zijn er financiële redenen of trekt het avontuur.”

Gastaanstellingen van Nederlandse hoogleraren in China maken onderdeel uit van een bredere academische samenwerking. Het rapport ‘Hoger onderwijs- en onderzoekssamenwerking tussen Nederland en China’, waarvan d’ Hooghe een van de auteurs is, belicht deze ­samenwerking. Het laat zien dat Nederlandse onderwijsinstellingen profiteren van de samenwerking met China, maar dat ze veelal de ­risico’s onderschatten die dat met zich meebrengt. Het gaat om ­onder meer inbreuk op academische vrijheid, censuur en zelfcensuur, spionage, verlies van intellectueel eigendom en politieke beïnvloeding. Waar China de samenwerkingen strategisch inzet, ontbreekt aan Nederlandse kant aan een duidelijke strategie of agenda.

Er is weinig zicht op de omvang van de samenwerkingen en eventuele misstanden. “De inlichtingendiensten zeggen in hun jaarrapporten dat er aanzienlijke risico’s zijn, maar geven geen bewijs of getallen”, zegt d’ Hooghe. Waar het gastaanstellingen van Nederlandse hoogleraren in China betreft, ontbreken cijfers. “We weten niet precies hoeveel hoogleraren een gastaanstelling in China hebben”, zegt d’ Hooghe. “Dat is zelfs op universiteitsniveau meestal niet bekend. Als je de hoogleraren meetelt die regelmatig in China zijn, zul je minstens op enkele tientallen uitkomen.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here