Het tijdperk van ‘Hanky Panky Shanghai’ is voorbij

Bron:oneworld.nl

Door: Ruth van der Kolk

Mensen die spleetogen maken of ‘sambalbij’ roepen: Chinese Nederlanders krijgen al jaren te maken met racisme. Dat werd nauwelijks serieus genomen en ook binnen de gemeenschap niet besproken. Maar de jonge generatie zwijgt niet meer.

‘No, no, dat doen wij not hier.’ Ik schrik op van mijn cameralens en zie een toeristenbootje voorbij varen met vijf mensen erin. Een vrouw probeert met grote gebaren mijn aandacht te trekken. Of ik geen foto van haar wil maken. ‘Weer zo’n Chinees’, snauwt ze. Er klinkt gebulder. Nog geen vijf minuten later roepen kinderen ni haooo, terwijl ze spleetogen maken. Opnieuw wordt er gegierd. Ik schiet zelf ook in de lach, omdat ik me ongemakkelijk voel. Ineens ben ik me heel bewust van mijn eigen verschijning – Chinees uiterlijk, fotocamera, in Giethoorn op pad voor mijn werk als journalist. Ik was blijkbaar even ‘vergeten’ dat ik van Chinese afkomst ben.

Aziaten zag ik vroeger vrijwel nooit om me heen of in de media. Door het eenzijdige beeld dat wordt geschetst van Chinezen had ik dus ook vooroordelen over deze groep. Ik identificeerde me niet met ‘Chinezen’, ik dacht aan de restauranthouder die de ‘r’ niet kan uitspreken en filmpjes van Chinezen die ‘bizarre’ dingen doen, zoals hond eten.

Hoe ik mezelf ook zie, zo nu en dan herinneren anderen me eraan dat over Chinese Nederlanders een stereotiep beeld bestaat. Door de klassieke ‘waar kom je écht vandaan’-vraag te stellen, ni hao te gillen of me te complimenteren voor mijn accentloze Nederlands. Maar ook vreemdere incidenten zoals sneeuwballen tegen mijn rug met de opmerking: ‘Geile Chinees, ik ga je doodmaken’. Verwarring op Schiphol – douanemedewerkers die roepen dat ik niet in de rij voor Europese paspoorten hoor. Maar ook in andere landen, zoals China, stuit ik op verwarring.

Doodzwijgen was altijd mijn tactiek. Ga je ertegenin, dan zet je jezelf voor schut. Die paar keer dat zoiets voorvalt moet ik kunnen hebben. Maar inmiddels vraag ik me af of negeren wel helpt. Zijn Chinese Nederlanders niet te lang stil geweest? Is zwijgen de reden dat racisme tegen Chinese Nederlanders makkelijk wordt gebagatelliseerd?

Mondige Chinezen

Sioejeng Tsao (28) vindt van wel. “Eindelijk komen kleinegroepjes nu voor zichzelf op. Op sociale media is een nieuwe beweging ontstaan.” Sinds kort is ze steeds actiever als anti-racisme-activiste. “Mijn vader is in Amsterdam geboren, mijn moeder in Nieuw-Guinea. Op de basisschool werd ik steeds gewezen op mijn zogenaamd ‘gele’ huid, er werd ‘sambalbij’ geroepen en Hanky Panky Shanghai gezongen.” Zwijgen is instemmen, leerde ze in de Bijlmer, waar ze opgroeide. “Ik mag dan klein zijn, maar ik laat niet met me sollen.”

Onlangs tikte ze hiphopgroep Broederliefde en platenlabel TopNotch op de vingers vanwege de nieuwe videoclip van het nummer Hoelang. Daarin wordt gerefereerd aan de grap ‘Hoe Lang is een Chinees’. Tsao zei op Instagram dat zulke racistische uitlatingen ‘echt niet kunnen’. Net zoals ze een eerder in opspraak geraakt filmpje van René Watzema – het gezicht van jongerenplatform Rumag – echt niet vindt kunnen. Hierin geeft Watzema een Chinese vrouw een lesje Nederlands om haar vervolgens belachelijk te maken met woorden als ‘kloepoek’ en ‘sambalbij’. Tsao kreeg op Instagram bijval van andere Chinese Nederlanders.

In de media worden Chinezen te vaak belachelijk gemaakt, vindt ze. “Denk aan Gordons vraag aan een Aziatische deelnemer van Holland’s Got Talent ‘of hij nummer 39 met rijst ging zingen’. Of meneer Cheung in Ik Hou Van Holland die gebrekkig Nederlands zingt en Ushi, het Aziatische typetje van Wendy van Dijk.” Tsao vindt het typisch Nederlands om zoiets grappig te vinden, want ‘in dit land moet alles maar kunnen’. Stereotypen worden volgens haar in stand gehouden doordat witte mensen machtige posities bekleden. “Er zitten bijvoorbeeld weinig Aziaten in de bubbel van de muziekindustrie. Labels als TopNotch komen daardoor niet makkelijk tot het inzicht dat zulke grapjes  pijnlijk kunnen zijn.”

Chinezen zijn sowieso weinig zichtbaar in het straatbeeld, op televisie en in de politiek, vindt ze. “Daardoor zien mensen niet dat er ook mondige mensen van Chinese afkomst zijn.” Dat sluit aan bij een ander hardnekkig stereotype: dat van de introverte Chinees die hard werkt en voor weinig overlast zorgt. Positieve vooroordelen? Tsao vindt van niet. “We worden alleen positief bekeken als we onze bek houden. Hoe positief is het als je jezelf niet mag zijn?”

Bevrijd

Schrijfster Lulu Wang (58), geboren in Peking, heeft jarenlang gevochten tegen discriminatie. Op 26-jarige leeftijd kwam ze naar Nederland, waar ze regelmatig te maken kreeg met racisme. “Maar nu ben ik dat stadium voorbij”, vertelt ze. “Het is makkelijk een ander discriminatie kwalijk te nemen. Racisme valt ook niet goed te praten, maar een ander veranderen is moeilijk. Mezelf veranderen en baas zijn over mijn eigen gedachten, daar heb ik meer aan.”

Dat betekent niet dat ze racisme bestrijden zinloos vindt. “Ik zie het zo: je maakt verschillende levensfases mee. Iedereen gaat daarin zijn eigen weg. Dit is mijn weg. Maar ik wil niet voor anderen bepalen dat ze racisme moeten pikken en zich niet mogen aanstellen. Oordelen over anderen kun je niet.”

Vechten tegen racisme kan nuttig zijn, zeker als je jong bent, zegt Wang. “Voel je je gediscrimineerd: negeer het niet, vecht vooral, anders blijft het sudderen. Kun je bewustwording creëren, dan is dat geweldig.” Dat Wang dat niet (meer) doet, vindt ze eigenlijk egoïstisch van zichzelf. “Ik kom niet op voor het collectief. Mijn gevecht zag ik als middel om ervan los te komen. Racisme houdt me daarom niet meer bezig.” Een makkelijk proces? Welnee, zegt Wang. “Ik heb dit ontdekt na veel pijn en verdriet. Maar als iemand nu zegt: ‘hé Lulu, je hebt spleetogen’. Dan zeg ik: ‘sexy, hè?’ Ik heb de strijd geleverd en ben nu bevrijd.”

Verbonden met Nederland

Kenny Wu (19) schaamde zich voor zijn afkomst. Op jonge leeftijd kwam hij met zijn ouders uit China naar Hoorn, waar de familie een restaurant runt. “Een stad met veel witte Nederlanders. Ik werd regelmatig gepest om mijn uiterlijk. Daardoor kreeg ik een afkeer van mijn etniciteit.” Inmiddels zit Wu beter in zijn vel. Grapjes van vrienden kan hij hebben, maar iemand op straat die hem belachelijk maakt of denigrerend ‘ni hao’ roept, spreekt hij wel aan. “Ik begrijp het helemaal niet als Marokkanen me naroepen. Zij hebben zelf toch ook te maken met discriminatie?”

Je moet wel onderscheid maken tussen intenties, vindt Wu. “Word ik gediscrimineerd vanwege onwetendheid of is het haat? In het laatste geval laat ik het gaan, ertegenin gaan heeft geen zin.” Op Instagram ziet hij regelmatig racistische reacties. “Als Lena van televisieprogramma Ex On The Beach bijvoorbeeld iets op sociale media plaatst over haar nieuwe muziek, dan zie ik alleen maar reacties die gaan over haar Aziatische uiterlijk.”

Na het Rumag-incident besloot ook Wu zich uit te spreken via sociale media. “Ik kreeg er via Instagram bedankjes voor van onbekenden. Ze vonden het tof dat ik voor hen opkwam.”

Wu’s ouders gaan heel anders om met racisme. “Ze kwamen als twintigers naar Nederland en begonnen een bedrijf. Met het bedrijf en de Nederlandse taal leren hadden ze het lastig genoeg.” Zij zaten niet op discussies te wachten. “Maar jonge Chinese Nederlanders voelen zich meer verbonden met Nederland”, zegt hij. “We hebben een sterkere basis, een netwerk en zijn in dit land opgeleid. Wij durven onze stem te laten horen.”

Modelminderheid

De eerste generatie Chinezen in Nederland hield zich liever stil, vertelt journalist Pete Wu. Hij deed onderzoek naar vooroordelen over Chinese Nederlanders en schreef het boek De Bananengeneratie, dat in oktober uitkomt. Daarvoor sprak hij verschillende Chinese Nederlanders over hun identiteit. “De eerste generatie, die hier vooral zichtbaar is door toko’s en restaurants, wilde geld verdienen en was van plan terug te gaan naar China. Erover praten doen ze liever niet – je vuile was hang je niet buiten: zeker niet in een ander land. Voor hun gevoel zijn ze gasten en dan lever je geen kritiek op de gastheer.”

Het idee dat Aziaten onderdanige en vrouwelijke types zijn, komt uit de Verenigde Staten, legt Pete Wu uit. “Amerikanen hadden het beeld dat Aziatische mannen een vlecht dragen en vrouwelijke taken verrichten, zoals werken in de stomerij of schoonmaken.” Daardoor zijn stereotiepe ideeën ontstaan dat Oost-Aziatische mannen ielige, slimme nerds zijn, zegt Wu. “Dat ze zo worden beoordeeld op hoe ze eruit zien is typisch westers. Mannelijkheid wordt hier bepaald op basis van je uiterlijk.” In de Chinese cultuur ligt de nadruk meer op academische vaardigheden, vertelt Wu. “Mijn vader vond het bijvoorbeeld belangrijk dat ik ging studeren. Op die manier moet een man voor zijn gezin zorgen.”

Volgens Wu houden media en het onderwijs stereotypen in stand. “In een interview werd mij gevraagd hoeveel Chinezen hond eten. Een retorische vraag natuurlijk, het antwoord deed er niet toe. Daarmee wordt eigenlijk gezegd: die anderen, de Chinezen, doen in onze ogen iets onterends. Namelijk onze beste vriend, de hond, opeten.”

Mensen categoriseren elkaar graag en zoeken daarbij het randje op. Aziaten zijn volgens Wu een makkelijk doelwit voor discriminerende grappen. “Omdat na racistische grappen over Aziaten de ophef meestal uitblijft, worden de effecten van die grappen onderschat en voelen mensen zich vrij Aziaten te blijven discrimineren.” Chinezen staan bovendien bekend als modelminderheid, stelt de journalist. “In de ogen van westerlingen staan Oost-Aziaten bovenaan de ranglijst van minderheden. Ze komen hier hun best doen en veroorzaken geen problemen. En dus heerst het idee: als je het goed doet in de maatschappij, moet je tegen een grap kunnen.”

Maar zwijgen over racisme past niet bij de jonge generatie, zegt Wu. “Die is beïnvloed door westerse ideeën zoals werk doen dat je leuk vindt. Ze gaan niet snel in een snackbar werken.” Volgens de journalist zijn er steeds meer mogelijkheden om ruimte op te eisen. Aan mensen die vanaf hun troon met privileges verkondigen dat minderheden zichzelf overschreeuwen heeft hij geen boodschap. “Ze zijn bang om zelf iets te verliezen.”

Wil je als Chinese Nederlander anderen bewustmaken van vooroordelen? Dan moet je je, wat Wu betreft, wel degelijk uitspreken. “Op een manier die bij jou past.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here