Bron:fd.nl

De Chinese kunstmarkt is jong en onvolwassen. Maar er komt een nieuwe generatie rijke Chinezen aan die daar verandering in brengt.

Wat was de duurste oude meester die in 2018 ergens in de wereld werd verkocht? Dat was Tien gelukkige landschappen van Taichan van Qian Weicheng, dat bij Sotheby’s in Hongkong bijna 147 mln Hongkong dollars (€16,6 mln) opbracht.

Wat was de duurste oude meester die in 2018 ergens in de wereld werd verkocht? Dat was Tien gelukkige landschappen van Taichan van Qian Weicheng, dat bij Sotheby’s in Hongkong bijna 147 mln Hongkong dollars (€16,6 mln) opbracht.

Tien gelukkige landschappen van Taichan van Qian Weicheng, verkocht in Hongkong voor €16,6 mln.

Kunstwereld moet wennen

De wereld zal er aan moeten wennen: China telt nu 3,8 miljoen miljonairs, 8% van het totaal op de wereld, en die kopen kunst. Niet uitsluitend hun eigen oude meesters overigens. Een van de best verkopende levende kunstenaars is Cui Ruzhuo, wiens Besneeuwde bergen bij China Guardian werden afgetikt voor bijna HK$ 169 miljoen (€19,1 mln). En Chinezen houden ook de westerse kunst in de gaten. Miljardair Liu Yiqian, rijk geworden met investeringen, kocht in 2015 voor het ongelooflijke bedrag van $170 miljoen een liggend naakt van Amedeo Modigliani.

The European Fine Art Fair (Tefaf) de kunstbeurs die deze week weer van start is gegaan in Maastricht, presenteert vandaag een analyse van de huidige Chinese kunstmarkt. Dat schetst, afgezien van de gevaren van de handelsoorlog met Amerika, een redelijk optimistisch beeld voor de lange termijn. Er komt een generatie welvarende Chinezen aan die hun opleiding in het buitenland kreeg en beter weet – letterlijk – wat er te koop is op kunstgebied.

Ongetwijfeld is dat ook interessant voor Tefaf zelf, dat in 2011 heeft overwogen om samen met Sotheby’s Beijing een beurs te openen op het Chinese vasteland. In dat jaar was China voor het eerst met een aandeel van 30% even de grootste kunstmarkt ter wereld, opgestuwd door begerige Chinese kunstbeleggers die kunst vooral zagen als een manier om snel rijk te worden. Toen de zeepbel een jaar later uiteenspatte, zal Tefaf blij zijn geweest dat het nog even de kat uit de boom had gekeken.

Instabiele markt

Uit het Art Market Report 2019 van concurrent Art Basel, dat niet toevallig een week voor de opening van de Tefaf verscheen, blijkt dat de Chinese kunstmarkt nog allesbehalve stabiel is. Vooral de veilinghuizen, die een belangrijk deel van de Chinese markt uitmaken, deden het slecht. Hun omzet daalde in 2018 met 9% tot $8,5 miljard. Van alle stukken die te koop werden aangeboden, vond 57% geen koper.

De grote Chinese veilinghuizen hebben ook veel last van bieders die uiteindelijk niet afrekenen. Het lijkt wel alsof Chinese kopers vooral gokkers zijn. Van alle stukken die voor meer dan 10 miljoen renminbi (€1,3 mln) werden geveild, werd 37% helemaal niet betaald, en 24% slechts gedeeltelijk.

Dat de Chinese kunstmarkt dit soort onvolwassen trekjes heeft, is niet zo gek. Vijfentwintig jaar geleden wás er nog helemaal geen kunstmarkt. Het eerste privémuseum dateert uit 1991, de eerste kunstbeurs in China uit 1993. Nu zijn er bijna 1500 privémusea, twintig belangrijke kunstbeurzen en ruim 4000 galeries, waaronder de filialen van belangrijke westerse galerieën, zoals: Pace, David Zwirner, Gagosian en Hauser & Wirth.

De veilingindustrie is ook al explosief gegroeid. China’s grootste veilinghuis Poly Auctions werd in 2005 opgericht, maar is nu na Sotheby’s en Christie’s al het derde veilinghuis ter wereld. Het Tefafrapport beschrijft hoe Poly kon doorbreken, dankzij het feit dat het in 2009 de collectie Chinese klassieke en hedendaagse kunst van het Belgische echtpaar Guy and Myriam Ullens mocht veilen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here