Bron:Trouw

Door:Eefje Rammeloo

Hongkong voelt de hete adem van China’s leider Xi Jinping, de meesterleerling van de Grote Leider Mao. In China probeert Xi alle weerstand weg te vagen.

Hij is moe, zegt Willy Lam. Iedereen wil zijn commentaar op de massale demonstraties in Hongkong. De hoogleraar Chinese Studies is een veel­geciteerde, heldere duider van Chinees nieuws. Hij werkt vanuit Hongkong, maar vreest voor het vrije, energieke karakter van de stadstaat als Peking er steeds meer te zeggen krijgt.

Hoe zo’n samenleving eruitziet, weet Lam maar al te goed. In zijn onlangs verschenen boek – zijn zevende – beschrijft hij goed gedocumenteerd hoe de Chinese president Xi Jinping zijn greep op de burgermaatschappij telkens verder verstevigt door maatschappelijke organisaties buitenspel te zetten. Maar Lam wil laten zien dat ze uiteindelijk ‘een geduchte concurrent zullen blijken van de Partij en van de staat’.

Aan de telefoon wil de wetenschapper het eerst even hebben over een toespraak van Xi Jinping, uit januari dit jaar. De president waarschuwde voor ‘zwarte zwanen’ – onverwachte incidenten die de economie verstoren. De schrijver moest er weer aan denken nu de gemoederen om hem heen zo hoog oplopen.

In dezelfde toespraak beschuldigt Xi het buitenland ervan ‘kleurenrevoluties’ op gang te brengen, zoals die in Georgië (2003), Oekraïne (2004), en later de Arabische Lente. En nu zou Hongkong aan de beurt zijn. Volgens Xi zijn de VS keer op keer de kwade genius achter die opstanden tegen gevestigde regimes. “Toch zou Xi moeten weten dat de echte veroorzaker van instabiliteit in China de ongelijkheid is”, zegt Lam. “Die is extreem hoog.”

“Als je de economie ziet als een taart, dan heeft de rode adel (hoge partijbonzen, ER) het grootste stuk. Als de economie groeit met 8 tot 10 procent, dan ziet de onderklasse tenminste nog verbetering in haar levensstandaard. Onder 3 procent heeft de regering van Xi een echt probleem.”

Hoe ziet dat probleem er precies uit?

“De Communistische Partij mag dan streven naar een perfecte dictatuur, haar vermogen om sociale problemen op te lossen blijft erg zwak. Jaar na jaar zijn er enorme schandalen. Bedrijven produceren nepvaccins voor kinderen, mensen raken hun spaargeld kwijt door beleggingsfraude en veteranen eisen een degelijk pensioen.

“Dat zijn problemen die in een goed georganiseerde samenleving snel op te lossen zijn. Maar in China lukt het niet. Daarom vinden er, ondanks de bijna absolute staatscontrole, nog steeds protesten plaats. De overheid publiceert daar al een jaar of tien geen statistieken meer over. De laatste rapportage meldde 80.000 demonstraties in China, tegenwoordig zit de schatting op 150.000 protesten per jaar.

“In 2017 trokken tienduizenden veteranen naar het hoofdkwartier van het Volksleger – dat was nog nooit gebeurd. Kerken, advocaten, leden van de burgersamenleving organiseren zichzelf, niet om de regering af te zetten, maar om gelijkheid te eisen, een eerlijke verdeling van rijkdom en mensenrechten.”

Zijn er nog maatschappelijke organisaties over onder Xi?

“De grootste maatschappelijke organisatie is de ondergrondse kerk. Die groeit zo hard dat ze over tien jaar méér leden heeft dan de Communistische Partij. Veel van die christenen hebben zich ondergronds georganiseerd. Het feit alleen al dat ze zich in verschillende provincies georganiseerd hebben, is een dreiging voor de dangxing, de geest van de Partij. Christenen volgen immers Christus, ze geloven niet in de partij. Dat maakt ze een bedreiging. En zelfs als de politie in Zhejiang de kruisen van hun kerken haalt, ze houden stand.”

In uw boek beschrijft u hoe juristen, professoren en journa­listen zich in het verleden tegen Xi hebben uitgesproken. Durven critici zich nu überhaupt nog uit te spreken?

“Het is moeilijk om nog vijanden van Xi Jinping te vinden. Hij heerst over het leger, de politie en de geheime dienst. Bestuurders die pro-marktwerking zijn, zijn niet blij met Xi Jinping, maar je zult ze dat niet openlijk horen zeggen.”

Volgelingen van Deng Xiaoping, de man die na Mao in de jaren tachtig economische hervormingen doorvoerde, waarschuwen voor een herhaling van Mao’s wanbeleid, beschrijft Lam in zijn boek. Onder hen zijn ook nakomelingen van partijbonzen, zoals Deng Pufang, de zoon van Deng Xiaoping, en de zoons van Liu Shaoqi (China’s president van 1959 tot 1968). “Ze zijn teleurgesteld dat Xi de staatscontrole oude stijl terugbrengt: meer macht bij staatsbedrijven, minder bij particuliere bedrijven. De ondernemers zijn aan het verliezen, ze worden uitgekocht door grote staatsbedrijven. Zij zijn niet blij met Xi Jinpings verraad aan veel ideeën van Deng Xiaoping.”

Kritische geluiden uit de partij kwamen de afgelopen jaren vooral van wat Lam ‘gevestigde intellectuelen’ noemt. Vergeefs zou de zoon van de hervormings­gezinde partijleider Hu Yaobang bij Xi hebben aangedrongen op hervormingen. Voorstanders van een overgang naar een meer westerse vorm van socialisme, verzamelden zich rond het tijdschrift Yanhuang Chunqiu. Toen dat in juli 2016 werd opgedoekt, sneuvelde een belangrijke uitlaatklep voor critici.

Sindsdien is duidelijk dat politieke hervormingen er niet meer in zitten, schrijft u. Zijn de voorstanders van een open, liberale markt automatisch ook op politiek gebied liberaal?

“De meeste aanhangers van een vrije markt zijn ook oud­gedienden binnen de Partij. Streven naar een vrije markt betekent dat de eenpartijstaat controle op moet geven over grote delen van de economie. De middenklasse groeit dan explosief en zal meer vrijheden eisen. Echte marktwerking – dus niet de nep-marktwerking onder Xi – zou uiteindelijk leiden tot een land met meerdere machtscentra. Dat betekent niet per se dat de Partij verdwijnt, maar op langere termijn zou ze minder monolithisch worden; maatschappelijke bewegingen krijgen een grotere rol.”

Deze kritische liberalen staan tegenover de maoïstische factie van Xi. Maar maoïsme is een term met meerdere interpretaties. U schrijft dat Mao in de begindagen van de Communistische Partij tegen de alleenheerschappij van één partij was. Het moest in China niet zo worden als in de Sovjet-Unie. Dat is nu dus anders?

“Ja. Maoïsten willen dat een kleine elite van de Communistische Partij strikte ideologische controle heeft over de natie. Xi wil dat die controle uitgeoefend wordt door een nagenoeg onsterfelijke leider, een keizerlijke dictator, leider van een dynastie. De belangrijke economische sectoren dienen onder controle te staan van de een­partijstaat.”

Halverwege 2018 waren er berichten dat tegenstanders van Xi diens streven naar een persoonlijkheidscultus à la Mao afremden.

“Hij werd gedwongen gas terug te nemen in juli 2018, maar dat waren slechts een paar weken. In die periode werd duidelijk dat krachten binnen de partij – geholpen door intellectuelen – Xi’s autoriteit uitdaagden. De aanleiding voor het verzet was dat hij faalde effectieve vergeldingsacties te ondernemen tegen Trumps importtarieven.

“Xi Jinping overleeft niet zonder persoonlijkheidscultus, want hij is een erg zwakke beleidsmaker met alleen een middelbare schoolopleiding. Hij weet erg weinig over internationale financiën en economie. Hij kent geen buitenlandse taal en heeft maar weinig benul van de westerse cultuur in het algemeen. Zijn grootste vaardigheid is het grijpen van de macht, wat hij dan ook succesvol heeft gedaan.”

Ook het maoïstische concept dat de partijgeest (dangxing) de menselijke natuur aan banden moet leggen, heeft Xi weer nieuw leven ingeblazen?

“Mao dacht dat hij de natuur van de mens kon veranderen: door hersenspoeling en ideologische campagnes moest die minder egoïstisch worden. De tragedie is dat je de menselijke natuur niet kunt veranderen. Deng Xiaoping was succesvol omdat hij ervoor zorgde dat mensen rijk konden worden. Zijn idee was totaal anders dan dat van Mao.

“Xi Jinping is meer een leerling van Mao dan van Deng. Het beste voorbeeld is wat gebeurt in de provincie Xinjiang. Oeigoeren die daar massaal opgesloten zijn, ondergaan hersenspoeling in de kampen. Ze lezen geen Koran meer, maar geschriften van Mao Zedong. De Partij is erg tevreden met de resultaten, want de aanpak lijkt erg succesvol.”

Maakt Xi zich terecht zorgen over een kleurrevolutie? Krijgen dissidente geluiden steun uit het buitenland?

“De kleurrevolutie in China is een mythe. Een samenzweringstheorie die het leiderschap gebruikt om te verklaren waarom het faalt. Als mensen op een dag in opstand komen, dan is dat omdat de Partij fouten heeft gemaakt; maar Amerikaanse bemoeienis is een excuus voor het leiderschap om een politiestaat in te richten.”

Dankzij censuur en controle probeert Xi iedere onaf­hanke­lijke organisatie de kop in te drukken. Bestaat er ondanks die immense druk nog zoiets als een functionerende burger­maat­schappij?

“Ja. Als er zich een crisis voordoet in de partij, als de factie van Xi Jinping momentum verliest, dan kan de burgermaatschappij een grote rol spelen in de steun voor pro-marktkamp binnen de partij. Dan ga ik er natuurlijk van uit dat zich een openlijke machtsworsteling in de Partij zou voordoen; op dit moment is die er niet.

“Het is waarschijnlijk dat Xi wil regeren tot 2032, het 22ste partijcongres – dan is hij 79 jaar oud. Maar als hij het Hongkongprobleem niet weet op te lossen, en er geen einde komt aan de koude oorlog met de Verenigde Staten, als hij fouten maakt in zijn benadering van Taiwan, dan geeft hij zijn vijanden een opening. Het is moeilijk te zeggen wat zij zullen doen, maar dan zal er een oppositie opstaan en zijn heerschappij uitdagen.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here