Bron: NRC

Door:Guus Ritzen

Wat er ook gebeurde in de wereld het afgelopen halfjaar, de aandelenmarkten leken in een parallel universum te verkeren. Links en rechts voorspelden internationale instituten zorgwekkende krimpcijfers voor sommige van ’s werelds belangrijkste economieën. Maar na een forse dip in maart koersten veel graadmeters, van New York tot Tokio, bij het aanbreken van de zomer alweer op pre-coronahoogtes.

Van alle indices sprong er de laatste maanden eentje uit: de Chinese. De CSI 300, met daarin de belangrijkste fondsen van de Shanghai en Shenzhen Stock Exchange, schoot eind juni in luttele dagen bijna 16 procent omhoog. De winst ten opzichte van het begin van dit jaar is nu 15 procent. Dat haalt zelfs de bijzonder sterk presterende Nasdaq niet.

„In China kregen ze het coronavirus al relatief snel onder controle”, zegt Arjen van Dijkhuizen, als macro-econoom bij ABN Amro gespecialiseerd in Aziatische landen. Toen Covid-19 zich aan het begin van het jaar rap verspreidde in Wuhan greep de overheid stevig in. De ervaring met sars hielp daarbij. Vanaf eind februari konden al veel lockdownmaatregelen opgeheven worden.

Over het eerste kwartaal kromp de Chinese economie, maar de groei betrof in het tweede alweer 3,2 procent. Van Dijkhuizen: „De schok van Covid is zo goed als weggewerkt. China is één van de weinige landen die volgens veel voorspellingen dit jaar een positieve groei doormaakt.” En dat trekt beleggers naar de beurzen van Shanghai en Shenzhen.

Wat de Chinese indices extra goed deed, was de opmerkelijke jubelcampagne die staatsmedia eind juni begonnen over de nationale beurzen. Nu is de tijd! Investeer! Bull market!

Zoiets heeft in China direct groot effect, zegt Wim-Hein Pals, hoofd opkomende markten bij Robeco. Meer dan op welke andere grote internationale beurzen dan ook worden die in China gedomineerd door particuliere beleggers uit eigen land. Pensioenfondsen en vermogensbeheerders maken bijvoorbeeld door regeringsrestricties een veel kleiner deel uit van de investeringen in Chinese aandelenmarkten.

Particuliere beleggers handelen over het algemeen impulsiever. De ronkende campagne van de Chinese overheid resulteerde daardoor in een fikse stijging van de CSI 300. Het wakkerde bij waarnemers de vrees aan: is eenzelfde bubbel als in 2015 in de maak?

Destijds staken Chinese burgers veel geld in de nationale indices na soortgelijke aanmoedigingen in staatskranten. Toen kort erna de economische cijfers niet zo goed waren als verwacht, stapten ze ook massaal weer uit. Het leidde tot een beurskrach die handelaren tot in Amsterdam voelden.

Toch is de situatie nu anders dan vijf jaar geleden, zegt Van Dijkhuizen van ABN Amro. De Chinese marktautoriteiten hebben het voor met name techbedrijven makkelijker gemaakt naar de beurs te gaan. Ook is de toegang voor buitenlandse investeerders tot Chinese kapitaalmarkten sindsdien flink vergroot. Zo zijn Chinese aandelen nu opgenomen in de toonaangevende indices van indexbouwer MSCI.

Beide ontwikkelingen – meer beursgenoteerde bedrijven, meer buitenlandse investeerders – maken de huidige groei robuuster.

Als belegger blijven Chinese aandelen hoe dan ook interessant, zegt Pals van Robeco. Niet alleen door de relatief gunstige economische vooruitzichten in China. „Voor een gemiddeld Nasdaq-fonds betaal je veertig keer de winst. Bij een aan de Shanghai Composite Index genoteerd bedrijf is dat veertien keer. Chinese aandelen zijn spotgoedkoop.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here