Bron:tijd.be

Door:Sven Agten

Sinds twee maanden is Hongkong het toneel van protest tegen China. Maar niet alleen de toenemende Chinese invloed speelt een rol, het gaat ook om de ongelijkheid in Hongkong zelf.

Voor de jongeren is het gebrek aan democratie in Hongkong het grote probleem, hoewel sinds 1997, bij de terugkeer naar China, de autonomie van de regio in grote mate intact gebleven is.

Maar ondanks die autonomie is het ook waar dat China maatregelen ondernomen heeft om de democratie in te perken. De betogers vinden dat het huidige systeem, waarbij Hongkong een gedeeltelijke democratie is, niet voldoet. De verkozenen worden voor de helft verkozen door het volk, terwijl de andere helft verkozen wordt door groepen uit het zakenleven en de industrie, die wegens de economische macht van China eerder pro-Peking zijn. De betogers zijn bang dat de Chinese invloed sterker wordt. Dat gevoel staat in contrast met dat van hun ouders, de oudere generatie Hongkongers die opgroeide onder Britse heerschappij en die zich sterk met China identificeerde. Zij voelde in 1997 een zekere fierheid om terug te keren naar China.

Dat probleem van de democratie is historisch gegroeid en ligt ook deels bij de Britse overheid. Bij de terugkeer van Hongkong naar China tekenden de Britse en de Chinese overheid een overeenkomst waarbij het kapitalistische systeem en de – beperkte – democratische vrijheden gewaarborgd bleven tot in 2047. Dat leidde tot het bekende ‘one country, two systems’-model dat tot op heden van kracht is. Hongkong maakt deel uit van China, en op sommige punten toch weer niet. De Britten hebben bij die overgang de inwoners nauwelijks geraadpleegd.

De kern van het probleem van Hongkong is sociaal-economisch. Vooral de jeugd wordt daardoor getroffen. De gemiddelde prijs van een woning in Hongkong is meer dan 1 miljoen euro, wat het vastgoed tot het duurste ter wereld maakt. Daar staat tegenover dat in 2018 het gemiddelde maandsalaris in Hongkong iets meer dan 1.900 euro bedroeg. De salarissen stijgen ook veel trager dan de woningprijzen. Voor de gemiddelde burger is een huis kopen dan ook zo goed als onmogelijk. Meer dan elke andere groep voelen vooral de jongeren en studenten de almaar stijgende woningprijzen en de groeiende sociale ongelijkheid in het algemeen.

Daarnaast krijgen ze voor jobs ook steeds meer concurrentie van Chinezen. Tussen 1997 en 2016 is meer dan een miljoen Chinezen naar Hongkong getrokken om er te werken en te wonen, wat aanzienlijk is tegenover een bevolking van 7,3 miljoen mensen. De jongeren voelen duidelijk dat opwaartse sociale mobiliteit zo goed als onmogelijk is geworden. Het is nu veel moeilijker een middenklasselevensstijl aan te houden.

Het is dus te simplistisch te zeggen dat de reden voor de protesten louter bij China ligt. Het is natuurlijk waar dat de Chinese invloed in Hongkong toegenomen is. Maar het is evengoed waar dat China weinig te maken heeft met de huidige sociaal-economische problemen, vooral met de steeds grotere sociale ongelijkheid. Dat is een historisch gegroeid probleem.

Daarnaast is Hongkong economisch veel minder relevant dan vroeger, nu China uitgegroeid is tot een economische supermacht. De oplossing voor de problemen van Hongkong ligt daarom grotendeels in Hongkong zelf. Enkel meer sociale gelijkheid en economische kansen bieden een echt antwoord op de onvrede.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here