Bron:tijd.be

Door:SVEN AGTEN

China maakt zich op voor het postcoronatijdperk. De toekomst wordt volledig digitaal. Dat biedt kansen voor de bedrijven, maar het regime versterkt zo ook zijn greep op het land.

Nu het coronavirus in China langzaamaan bedwongen wordt, kijkt het land opnieuw naar de toekomst en het economische herstel. De Chinese economie is heel hard getroffen, wat de overheid ertoe heeft aangezet een gigantisch investerings- en herstelplan op poten te zetten. Het Chinese reddingsplan is helemaal anders dan dat van de Verenigde Staten, die een stimuluspakket van 2 triljoen Amerikaanse dollar voorbereiden, de intrestvoeten verminderen en geld uitdelen aan hun burgers. Tegelijkertijd grijpt het terug naar beproefde recepten.

Het Chinese plan is duidelijk geïnspireerd door het programma waarmee de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt de economische depressie tijdens de jaren 30 van de twintigste eeuw te lijf ging. China legt in grote mate de grondslagen voor een keynesiaans stimuleringsprogramma, maar dan wat moderner getint. Naast de traditionele recepten zoals een grotere kredietverstrekking aan bedrijven is er een zeer grote focus op investeringen in infrastructuur.

Digitale infrastructuur

Het grote verschil is dat die investeringen vooral focussen op de uitbouw van de digitale infrastructuur, iets wat helemaal past in de Chinese langetermijnstrategie. De aandacht ligt op de verdere uitbouw van 5G-netwerken – waar China nu al sterk op inzet – artificiële intelligentie,

industrieel internet, interstedelijke transitsystemen en datacentra. Dat alles past in de visie om van China tegen 2030 een wereldmacht te maken op het vlak van artificiële intelligentie.

Met meer dan 800 miljoen internetgebruikers, van wie er 98 procent mobiel zijn, was China al een digitale wereldleider. Daarenboven hebben, net zoals in andere delen van de wereld, de Chinese bedrijven zich ook moeten aanpassen aan de nieuwe realiteit van het thuiswerken. Ze hebben massaal nieuwe digitale manieren aangewend om de productiviteit op peil te houden.

Maar net zoals de financiële crisis van 2008 er China toe noopte de eigen ontwikkeling te versnellen, om zo minder afhankelijk te zijn van de rest van de wereld – vooral de Verenigde Staten -, is de coronacrisis voor de Chinese overheid het signaal om nog meer in te zetten op de technologieën van de toekomst. Op technologisch vlak is China nog altijd vaak afhankelijk van het buitenland, een achterstand die het al jaren in een voorsprong probeert om te buigen. Al in 2017 kwam China op de proppen met een plan voor de ontwikkeling van artificiële intelligentie, dat nu in een hogere versnelling komt.

Gouden kans

Tegelijkertijd biedt de coronacrisis een gouden kans om op het vlak van de nationale veiligheid nieuwe technologieën versneld uit te rollen. In 2018 had China al 350 miljoen veiligheidscamera’s geïnstalleerd op publieke plaatsten, maar de epidemie heeft het pad geëffend voor een verdere uitrol. Sinds twee maanden is de Chinese burger gewend geraakt aan een almaar verregaandere controle die dan wel het coronavirus onder controle gebracht heeft, maar tegelijk de sociale en overheidscontrole vergroot heeft.

Telecomoperatoren volgden waar mensen naartoe gaan, terwijl veel werknemers QR-codes moeten scannen om hun werkplaats te betreden. Chinese bedrijven hebben op basis van gezichtsherkenning en artificiële intelligentie nieuwe technologieën ontwikkeld die mensen met een hogere lichaamstemperatuur kunnen detecteren in een grote massa, terwijl veel mensen apps hebben gedownload die hen waarschuwen als ze in de buurt komen van geïnfecteerde personen.

China gebruikt de coronacrisis als een opportuniteit om zijn digitale strategie verder en vlugger te ontwikkelen. Dat creëert grote kansen voor bedrijven die in deze sectoren actief zijn, maar tegelijk leidt het tot een grotere technologische greep op het land en zijn mensen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here