Bron:fd.nl

Door:Ate Hoekstra

De Cambodjaanse badplaats transformeert razendsnel tot gokparadijs. Maar de groeiende Chinese invloed heeft een keerzijde.

Bij het Jin Bei-casino in Sihanoukville staan grote luxeauto’s geparkeerd: Lexussen, Landrovers en de nieuwste modellen Mercedessen. Binnen stopt een Chinese man vol goede hoop geld in een fruitautomaat. Aan de blackjacktafel telt een gast biljetten van $100 uit, onder toeziend oog van een croupier.

Jin Bei is één van de meer dan tachtig casino’s in Sihanoukville, een badplaats in het zuiden van Cambodja. Veel van die gokhuizen zijn de afgelopen drie jaar in opdracht van Chinese investeerders gebouwd om Chinese bezoekers te vermaken. Sihanoukville heeft nu al meer casino’s dan Macau, waar vorig jaar ruim $37 mrd aan inkomsten werd binnen geharkt. Meer gokpaleizen zijn in aanbouw.

Waarschuwingen

De investeringen in Sihanoukville zijn de meest excessieve die Cambodja tot nu toe heeft gezien. Maar ze komen niet uit de lucht vallen. China is al enkele jaren de grootste investeerder in Cambodja en haar buurlanden. De invloed reikt zo ver dat experts waarschuwen dat de Zuidoost-Aziatische landen te afhankelijk worden van Peking.

‘De eerste Chinese investeerders kwamen hier drie jaar geleden’, vertelt Mey Dorn, een oudere man die al zeventien jaar net buiten Sihanoukville woont. ‘Nu zijn ze overal. Er zijn zelfs Chinezen die een plekje op de groentemarkt hebben, terwijl dat van oudsher is waar Cambodjanen hun waar verkopen.’

Op loopafstand van een strand dat tot een paar jaar geleden voornamelijk in trek was bij westerse rugzaktoeristen, wordt volop gebouwd. Hier een nieuw hotel, daar een appartementencomplex, verderop een nieuwe weg. De wind doet het stof hoog opwaaien. Overal ligt puin en vuilnis. ‘Als lokale burgers worden we helemaal niet geïnformeerd over de nieuwe plannen’, klaagt Dorn.

Het gaat China niet alleen om casinodollars. Sihanoukville heeft de enige diepzeehaven van Cambodja. Chinese bedrijven willen die gebruiken voor hun handel. Er wordt zelfs gespeculeerd dat Peking marineschepen in de haven wil stationeren, iets wat volgens de Cambodjaanse regering niet aan de orde is omdat het de soevereiniteit van het land zou aantasten.

Cambodja is al één van China’s trouwste bondgenoten in Zuidoost-Azië. Het steunt Peking geregeld op het wereldtoneel, bijvoorbeeld bij het dispuut rond enkele eilanden in de Zuid-Chinese Zee die door meerdere landen worden geclaimd. Laos, Thailand, Myanmar en de Filipijnen hebben de afgelopen jaren eveneens hun banden met Peking aangehaald. Zo staat China in Myanmar te boek als een geldschieter die niet klaagt over mensenrechtenschendingen.

Zwakkere democratie

Er zijn zorgen dat de landen te afhankelijk worden van Chinees geld. Dat overkwam ook Maleisië, dat vorig jaar een door China gefinancierd miljardenproject voor een nieuwe spoorlijn opschortte. ‘Maleisië en Sri Lanka werden gedwongen hun houding ten opzichte van Chinese investeringen te herzien’, zegt Miguel Chanco, Azië-expert bij de economische denktank Pantheon Macroeconomics. ‘Het probleem is dat er weinige keuze is. Traditionele geldschieters zijn minder toeschietelijk omdat landen als Cambodja een steeds slechtere mensenrechtenreputatie hebben en een steeds zwakkere democratie. Daardoor rest hun geen andere keuze dan op Chinees kapitaal te leunen waar geen politieke en sociale voorwaarden aan vastzitten.’

Maar ook in Zuidoost-Azië heerst wantrouwen over de Chinese opmars. Volgens recent onderzoek van het in Singapore gevestigde studiecentrum Iseas-Yusof Ishak Institute zijn regionale politieke en economische experts sceptisch over China. Ruim de helft van hen heeft geen of weinig vertrouwen dat Peking de juiste stappen zal zetten als het gaat om vrede, veiligheid en vooruitgang.

Met het verslechteren van de relatie met de EU en de VS heeft een arm land als Cambodja weinig onderhandelingsruimte, aldus Chanco. ‘Toch zijn er dingen die de overheid kan verbeteren. Hervormingen over landbezit zijn hard nodig, net als meer transparantie over buitenlandse investeringen.’

In Sihanoukville leveren de Chinese investeringen in ieder geval beter betaalde banen op. Son Dara werkt als chef-kok in één van de casino’s. ‘Ik verdien ruim $300 per maand. Negen jaar geleden had ik nog een salaris van $60 per maand’, vertelt hij aan de rand van de stad.

De gokpaleizen trekken dan ook veel jonge werkzoekenden, weet Dara. ‘Vooral voor jongeren die nog geen gezin hebben bieden de casino’s een goede kans. Inclusief fooien verdien je hier namelijk heel wat meer dan in een kledingfabriek in Phnom Penh. En wie in een casino werkt, krijgt vaak gratis accommodatie en gratis maaltijden. Dan kun je dus veel sparen.’

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here